dinsdag 14 augustus 2012

Over Sint Nicolaas: Hoe vertel ik het mijn kinderen?

Over Sint Nicolaas: Hoe vertel ik het mijn kinderen?
Anne-Fleur heeft van een vriendinnetje gehoord dat Sinterklaas niet bestaat. Ze begint nu wat te twijfelen.
Onderstaand verhaal heb ik alvast paraat voor als haar twijfel groter wordt…(hoewel ik hoop dat ze nog één jaartje ‘mee gaat’)
Heel lang geleden woonde er in het verre land Spanje een oude man die Nicolaas van Myra heette. Hij was een eenvoudige en vrome man, die elke dag zijn stukje grond verbouwde en zijn beesten verzorgde. De man was zeer geliefd in zijn dorp, omdat hij altijd alles deelde van hetgeen zijn kleine landje aan groenten opbracht. Vaak gaf hij zelfs meer weg dan hij zelf kon missen. Jaar in, jaar uit woonde Sint Nicolaas daar vredig.
Op een najaarsnacht teisterden harde stormen de streek. De regen stroomde met bakken naar beneden. Bliksemflitsen schoten door de lucht. Op een gegeven moment begin het zelfs hard te hagelen en te sneeuwen, zodat het hele land er wit en ijzig uitzag. Het was een verschrikkelijk noodweer.
Het was deze nacht, dat er op de deur van Nicolaas van Myra werd geklopt. Het kloppen was zacht en zwak, en eerst hoorde Nicolaas het niet doordat het werd overstemd door de harde storm buiten. Pas toen het kloppen wat harder en doordringender werd, werd het door de oude man gehoord. Hij deed gauw de deur open. Buiten stond een arme vrouw met haar kind, verkleumd van de kou. “Kom binnen”, zei Nicolaas, “warm je bij het haardvuur”. De vrouw strompelde met het kind in haar armen de kamer in en viel op haar knieën van dankbaarheid. Gauw liet Nicolaas haar opstaan en begeleidde haar naar het vuur dat warm in de haard knetterde. Hij haalde zijn warme mantel, sloeg die om de vrouw en haar kind heen, en ging een stevige maaltijd voor hen klaarmaken. Na het eten legde hij de twee in zijn bed, zodat ze een goede nachtrust zouden hebben.
Die nacht werd het kind echter ernstig ziek. Het had zware kou gevat en er moest hulp worden gehaald. De oude Nicolaas ging de koude stormnacht in op weg naar een kruidendokter. Hij liep door de ijzige stormen met sneeuw en hagelbuien zonder mantel, want daarin lag het zieke kind nog gewikkeld. Na een uur vechten tegen de storm en koude, kwam hij bij de woning van de kruidendokter. Hij klopte aan en er werd na een tijdje opengedaan. “Wat moet je hier?”, vroeg de kruidendokter bits.
Nicolaas vertelde hem van het zieke kind, en smeekte hem mee te gaan naar zijn huisje om te helpen. “Je denkt toch niet dat ik met dit weer naar buiten ga!“, was het antwoord dat hij kreeg.  “Maar het kind zal sterven als er geen hulp komt,“, smeekte Nicolaas. “Beter het  kind dan ik”, schreeuwde de kruidendokter, en hij sloeg de deur met een klap dicht.
De oude Nicolaas strompelde verder. Zijn witte haren en zijn witte baard waaiden langs zijn gezicht. Hoestend, rillend van de kou en met tranen in zijn ogen door de hagel en de storm, liep hij verdrietig over het smalle pad verder. Plotseling kwam hem een oud vrouwtje tegemoet. “Wat loop je daar treurig” zei ze, “ga toch naar huis, straks word je nog ziek door de koude”. De oude Nicolaas vertelde ook haar over het zieke kind. “Hier”, zei de vrouw, “heb je kruiden, die zullen het kind genezen. Ga nu maar gauw naar huis, voordat het te laat is.” En meteen nadat zij dit had gezegd was zij verdwenen. Rennend en struikelend haastte Nicolaas zich naar huis. Eenmaal daar gekomen begaven zijn krachten het. Hij sleepte zijn verkleumde en rillende lichaam naar het bed waar de moeder met haar kind lag. Gelukkig, het kind zou gered worden. Het kind zou mogen blijven leven.
Die nacht stierf Nicolaas. Engelen begeleidden Nicolaas naar de hemel. Zij hadden opdracht gekregen om Nicolaas direct bij Godvader te brengen, want Godvader had gezien hoe Nicolaas altijd alles deelde met zijn medemensen. Godvader had ook gezien, hoe Nicolaas zelfs zijn eigen leven op aarde had gegeven voor het leven van het kind.
Godvader ontving Nicolaas en hij gaf hem het mooiste geschenk dat je je maar kan bedenken. Vanaf dat moment mocht Nicolaas elk jaar een keer terugkeren naar de aarde om de mensen te leren elkaar wat van zichzelf weg te geven.
Zo kan Nicolaas op aarde voortleven in de harten van de mensen. En de mensen zijn elk jaar weer blij als zij de oude Nicolaas in hun hart mogen ontvangen.
In de koude najaarsdagen, aan het begin van de adventstijd, als de hele aarde wacht op de komst van het Christuskind dat zijn licht op aarde zal komen brengen, gedenken de mensen Nicolaas, door aan de kinderen en aan elkaar geschenken te geven. En zij noemen hem de Heilige Nicolaas of Sint Nicolaas.
(uit een Vrije Schoolkrant, 1989)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen